TANER AKÇAM

‘DE ARMEENSE GENOCIDE’

 

 

Degenen die dit boek ter hand nemen, heb ik het over mensen die weinig tot geen kennis hebben van dit onderwerp, zullen een ‘goed’ boek treffen. ‘Goed’omdat het ‘wetenschappelijk’ goed in elkaar is gezet en uiterst geschikt is ter propaganda. Vele Turken zullen natuurlijk wel inzien dat het hier gaat om de verdediging van een van te voren genomen standpunt; namelijk de ‘genocide’. Maar toch is oplettendheid geboden. Want er worden bronnen gebruikt die beweren de Turkse kant van het verhaal weer te geven. Het is dus uitermate belangrijk de weergegeven bronnen niet als betrouwbaar te beschouwen. Want op dit gebied zijn er zulke grove leugens gebruikt, dat dit in feite een groot schandaal is voor de wetenschappelijke wereld. In sommige gevallen zijn wel de juiste en betrouwbare bronnen gebruikt, maar vaak heeft Akçam hiermee zitten spelen. Met andere woorden, deze bronnen zijn zodanig gebruikt dat het lijkt dat er sprake is van ‘voorbedachte rade’ van de toenmalige Turkse regering. Dit is absoluut niet het geval. Ik heb ervoor gekozen om geen samenvatting te maken van het boek. Want degenen die alleen kennis willen verschaffen kunnen het maar beter zelf lezen. Maar ik heb sommige delen uitgepikt die ik ter discussie wil stellen.

 

Pagina 7

In het voorwoord wordt het volgende gezegd: “De nationale geschiedschrijving van Turkije wijkt daar niet van af; zij wijst graag op de bloedbaden die Armeniërs, Grieken, Bulgaren en andere etnische nationalistische groeperingen onder moslims hebben aangericht, terwijl ze met geen woord rept van het leed dat moslims niet moslims hebben aangedaan, zoals de afslachtingen van christenen, om maar te zwijgen over de genocide op de Armeniërs.

 

Welke afslachtingen? Waar en wanneer hebben deze plaatsgevonden? Hier wordt een beeld getoond van éénzijdige geschiedschrijving. Al vanaf het begin van het boek wordt de lezer geconfronteerd met vraagtekens en scepticisme ten opzichte van de Turkse kant. Verderop in het boek wordt wel ingegaan op de ‘bloedbaden die Turken op bijvoorbeeld Grieken hebben verricht’ maar ik zie er geen belang bij om hierop in te gaan. Dat is een ander verhaal wat eerst bestudeerd moet worden.

Wat wel bekend is zijn de slachtingen die de Griekse soldaten op de Turkse bevolking heeft aangericht. Hier zijn twee bekende voorbeelden van die ik zou willen weergeven:

Tijdens de terugtrekking van het Griekse leger zijn er vele plunderingen gedaan en veel mensen zijn vermoord en verkracht. Toen de Griekse soldaten een Turkse dame niet uit het huis konden krijgen om haar te verkrachten dachten zij dat ze zonder veel moeite hun zin alsnog te kunnen krijgen. Het huis werd in brand gestoken, zodat de dame vanzelf wel naar buiten zou vluchten. Maar zij bleef binnen…..

Het tweede voorval speelde zich af na de verdrijving van het Griekse leger uit Anatolië. Atatürk kreeg voor zijn entree van een huis een Griekse vlag voorgelegd om deze eerst te betrappen alvorens het huis binnen te gaan. Want hetzelfde hadden de Grieken gedaan met de Turkse vlag. Atatürk weigerde dit te doen. Dit laat tevens het karakter van ons zien in vergelijking met anderen.

 

Pagina 8

…. Ze moeten erover praten, discussiëren en erkennen wat er gebeurd is.

Vindt een dergelijke afweging niet plaats, dan bestaat er een grote kans op herhaling van deze daden….

 

Wij zijn altijd bereid geweest voor een discussie. Het zijn altijd diegenen, figuren zoals Akçam, geweest die van veraf dit schreeuwen, maar nooit durven een serieuze discussie aan te gaan. Dat komt omdat zij bang zijn geconfronteerd te worden met de feiten.

Wat de laatste zin van Akçam betreft; de Armeniërs hebben hun eigen misdaden tegen het Turkse volk tussen ongeveer 1915-20 nooit erkend. Is dit misschien de reden geweest voor de herhaling van hun daden, die resulteerde in de genocide dat op 26 februari 1992 op de Azerbeidjaanse Turken in Hocali (Karabag) die door de Armeniërs is gepleegd?

 

Pagina 42

De haat die de moslims tegen de christenen voelden nam alleen maar toe met de Russische, Franse en later Duitse interventies in de binnenlandse zaken van het Ottomaanse Rijk.

 

Er is nooit een Turkse haat geweest tegen christenen op zijn grondgebied of daarbuiten. Niet vóór 1915 en ook niet daarna. De Osmaanse regering heeft 29 pasa’s, 22 ministers, 32 parlementsleden, 7 ambassadeurs, 11 consul-generaals, 11 werkenden aan de universiteit, en 11 hooggeplaatste ambtenaren gekend van Armeense afkomst.[1]

En hoeveel Armeniërs en andere christenen wonen er wel niet in Turkije? En hoeveel kerken zijn er wel niet in Turkije? Kijk maar naar de kunstwereld, de filmindustrie, de zakenindustrie naar het aantal mensen van Armeense afkomst. Kunnen de Armeniërs moskeeën en moslims tonen, leefachtig in Armenië? Zo ja, hoeveel?

 

Pagina 43

De revolte in Bosnië-Herzegovina in 1875 en de Bulgaarse en Servische opstanden die daar snel op volgden, waren keerpunten in de Armeense kwestie. Europese leiders die kwaad waren over de bloedige onderdrukking van deze opstanden…

 

De Europese leiders hoeven nergens kwaad over te zijn, want samen met Rusland hebben zij deze opstanden zelf aangestookt. Wat zijn deze leiders opeens zo humanistisch !!?

 

Pagina 44

De Armeense patriarch in Istanbul besloot een memorandum te sturen naar de exilarch in Etchmiadzin, in Russisch Armenië, dat als het geestelijke centrum van de Armeense kerk werd beschouwd, en dat naar de tsaar doorgezonden zou worden. Het memorandum eist het volgende: dat het grote deel van oostelijk Anatolië, dat door de Russen bezet was en dat als historisch Armeens grondgebied werd beschouwd, niet aan de Turken teruggegeven zou worden en dat de basisrechten, die aan de Bulgaren waren toegekend, ook voor de Armeniërs zouden gelden.

 

Ze leven eeuwenlang met rechten die zij nooit hebben gekend onder andere regime’s. Ze zijn nog nooit onderdrukt om welk reden dan ook. Ze leven onder bescherming van het Osmaanse rijk. Maar toch is dit klaarblijkelijk niet genoeg om de Osmaanse regering trouw te blijven. Wat zijn jullie toch voor mensen? Verraad plegen op zijn hoogste niveau en toch de Turken beschuldigen van genocide?

 

Pagina 55

De gebeurtenissen tussen 1915 en 1917 dienden, zoals Talat Pasja in 1915 in een memorandum schreef, echter een ander doel: ‘De complete en fundamentele eliminatie van dit probleem’.

 

Akçam weet zelf dondersgoed dat de beschuldigingen, die gericht zijn op Talat Pasja op dit gebied leugens zijn en dat de ‘telegrammen en ander materiaal’ zijn verzonnen.[2]

 

Pagina 74

In een rapport van 20 februari 1894 beschrijft de Franse ambassadeur Paul Cambon hoe een hooggeplaatste Turkse ambtenaar hem vertelde dat ‘de Armeense kwestie niet bestaat maar dat we die zullen creëeren’. Als we het verhaal van de ambassadeur nauwkeurig bestuderen, dan lezen we ten aanzien van de Armeense probleem: ‘Alsof het nog niet genoeg was dat ze onvrede bij de Armeniërs uitlokten, schepten de Turken er genoegen in die door hun manier van reageren nog te vergroten.’

 

We weten allen dat de Fransen geen al te beste bedoelingen hadden voor de Turken en het Turkse rijk. Er is op dit gebied genoeg te vertellen, misschien zullen we hier later op terugkomen.

……… Wacht even, laten we nu toch maar een kijkje nemen:

 

De Britten en Russen hadden zich voornamelijk beziggehouden met de Armeniërs in Oost-Anatolië. De Fransen daarentegen, hielden zich bezig met de Armeniërs in de streek van Çukurova (wat zijzelf Cilicië) noemen. De belangstelling van de Fransen voor Çukurova verhoogde na de binnenlandse oorlog in de V.S. Want de Fransen importeerden katoen uit de V.S. Zij hoopten nu hun katoen te kunnen vervullen uit dit gebied. Maar na het einde van de burgeroorlog in de de V.S. in 1865 veranderde de Franse belangstelling voor de Armeniërs in Çukurova opnieuw. De Fransen hielden zich voornamelijk bezig met de Katholieke Armeniërs. De belangstelling van de Fransen begon opnieuw begin 20ste eeuw. Dit keer was weer een ander imperialistisch belang doorslaggevend; namelijk de mijnen in de regio. Hierop beloofden de Fransen een onafhankelijke Armenië. Hierop vestigden zij 200 duizend Armeniërs in de regio.[3]

De Armeense opstandelingen werden eigenlijk al vanaf 1894 bewapend door landen zoals Rusland, Frankrijk, Griekenland, Zwitserland en de V.S.[4]

Na de Franse bezetting van de regio’s Adana, Maras, Urfa en Gaziantep (1918-20) werden er Armeense regimenten onder Franse controle opgericht, wat leidde tot afslachtingen onder het Turkse volk.[5]

Dit zijn nog maar enkele voorbeelden van ‘humanitaire’ handelingen van de Franse.

 

Pagina 77-78

Het bloedbad in Adana begon vlak na de gebeurtenissen in Istanbul en was het resultaat van zowel nationale als lokale ontwikkelingen….

Er werden bij de slachtpartijen in Adana ongeveer vijftien tot twintigduizend Armeniërs gedood. Het Ottomaanse parlement, dat pas in mei bij elkaar kon komen, stuurde een onderzoekscommissie naar het gebied, en de PEV (Partij van Eenheid en Vooruitgang) distantieerde zich van de moordpartijen. Zowel door krijgsraden als bij de lokale rechtszaken die gedurende de volgende achttien maanden (van 10 juni 1909 tot 18 december 1910) werden gehouden, werden ruim honderdtwintig moslims ter dood veroordeeld en later geëxecuteerd, nadat ze schuldig waren bevonden aan betrokkenheid bij de gebeurtenissen. Er werden zeven Armeniërs geëxecuteerd, vooral om de lokale moslimbevolking tevreden te houden.

 

Weer typisch zo’n Akçam voorbeeld van het verhaal. Laten we eens kijken naar de Turkse kant van de gebeurtenissen. Nursen Mazici schrijft het volgende:

‘Op 14 april 1909 zijn na de Armeense opstanden in Adana, Tarsus, Azizli, Erzin en Dörtyol zulke gevechten begonnen, dat er als het ware een toppunt was bereikt van een genocide. Asaf Bey (een plaatselijke leider) die, na het naderen van het stadje Erzin door de Armeniërs, dacht dat zij de moslims zouden aanvallen en riep het volgende uit: ‘ieder moslim die van zijn land en volk houdt, grijp naar uw wapens’. Na de gevechten dat dagenlang duurde vonden 17 duizend Armeniërs en 1850 moslims de dood.

Cemal Pasa, die in augustus werd aangesteld tot gouverneur van Adana liet 47 moslims en één Armeen ophangen. Cemal Pasa die in zijn memorandum schreef dat onder de geëxecuteerden ook de müfti van Bahçe Kazasi zich bevond en schreef verder dat ‘indien hij Mösyö Museg te pakken zou krijgen, dat hij hem tegenover de müfti zou plaatsen en ophangen.’[6] Musey was het patriarchaat van Cilicië die de Armeniërs het bevel had gegeven om in opstand te komen.

Yilmaz Öztuna schrijft het volgende:

Hoe kan het zo zijn dat Cemal Pasa, in plaats van het voorkomen van een Armeense opstand, waardoor gewapende Armeniërs dagenlang huizen van moslims hebben bestormd en ieder kind dat zij tegenkwamen vermoord hebben, een rechtbank heeft opgesteld aan de hand van de gebeurtenissen. Dit is één van de onervarenheid van de PEV, die het bestuur van het Osmaanse rijk had overgenomen.[7]

 

De volgende hoofdstukken in het boek gaan over de staatsideologie van de Osmanen. Uiteindelijk werd het nationalisme de staatsideologie, nadat was gebleken dat het Ottomanisme en Islamisme de verdere uiteenval van het rijk niet konden tegengaan. In zijn verhaal probeert Akçam de overgang naar het Turkisme (Turks nationalisme) weer te geven als een soort begin van de vernietiging van niet Turken binnen het rijk.

 

Verder wordt er uitbundig gebruik gemaakt van auteurs zoals Morgenthau, Tonybee en Leipzig. Van de drie is bekend dat hun werk volledig uit propaganda bestaat en niets, maar dan ook niets te maken heeft met de werkelijkheid.

 

Pagina 95

Hier wordt plaats gegeven aan een citaat van Arnold Tonybee.

 

‘De aankomst van Roemelische vluchtelingen vanaf het eind van 1912 riep ongekend grote spanningen en wraaklust in Anatolië op.’

Dit laatste is van cruciaal belang voor het begrijpen van de erop volgende genocide op de Armeniërs, want het waren precies deze mensen, die zelf net ontsnapt waren aan een bloedbad, die nu een leidende rol zouden spelen bij het zuiveren van Anatolië van ‘niet-Turkse elementen.’

 

Zoals algemeen bekend, heeft er nooit een haat tegen een ras in het Osmaanse rijk bestaan. Ook voorheen niet . Wij zijn altijd dapper genoeg geweest om vijandigheden op te lossen op het slagveld en hebben ons nooit gekeerd tegen onschuldigen van het ras van de vijand. Laat staan de kinderen, vrouwen en de ouderen.

Dit soort van haat zien we wel bij de Duitsers tegen de joden vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wij hebben de Armeniërs overgeplaatst van de éne naar de andere plek ‘binnen het rijk’, omdat:

 

-                     zij samengewerkt hebben met de vijand (iets wat de joden niet hebben gedaan)

-                     zij het Turkse leger hebben aangevallen tijdens de strijd met de vijand (iets wat de joden niet hebben gedaan)

-                     zij wegen hebben geblokkeerd om toevoer van wapens in de oorlog te belemmeren (iets wat de joden niet hebben gedaan)

-                     zij in opstand zijn gekomen en onschuldige burgers hebben afgeslacht (iets wat de joden niet hebben gedaan)

 

Verder werden zij niet afgesloten van bepaalde functies (hier hebben we het al over gehad), wat voor de joden wel gold.

 

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van haat tegen de Amerikaans-Japanners, omdat zij behoorden tot het ras van de vijand.[8] En alleen al om deze reden (zij konden dus een potentiële dreiging vormen) werden zij in 1942 als geheel overgeplaatst naar een andere plek.

 

Pagina 107

De Russisch-Armeense Catholicus, de hoogste religieuze instantie in Russisch Armenië, deed aan de tsaar het verzoek om de Turkse Armeniërs onder zijn hoede te nemen.

 

Geen enkel probleem op zich. Tot die tijd (en ook later) heeft geschiedenis wel getoond dat het leven van de Turkse Armeniërs een stuk beter is geweest dan het leven van de Russische Armeniërs. Maar goed, wie wilt gaan, houd je niet tegen. Zolang ze maar niet streven naar de verdeling van het Turkse rijk.

 

Pagina 109

Op 24 april 1913 deed de Ottomaanse regering een officieel beroep op Groot-Brittannië, waarbij om hulp gevraagd werd bij de uitvoering van deze hervormingen. De Ottomanen wilden dat Groot-Brittannië ambtenaren en bestuurders naar dit gebied zou sturen om te voorkomen dat er zich in het oosten van Anatolië soortgelijke problemen zouden voordoen als in Roemelië, waar etnische botsingen en revolutionaire beroering waren ontstaan. Aangezien het de Britten waren geweest die de Porte hadden aangemaand om de Armeense hervormingen door te zetten, had dit de Ottomanen de moed gegeven om hun om assistentie te vragen. Nadat ze er een tijdje omheen hadden gedraaid, wezen de Britten het verzoek echter af, met het argument dat ze de relatie met de Russen niet wilden verstoren.

 

Je krijgt dus de kans om een handje te helpen ter voorkoming van eventuele botsingen tussen twee groepen in het Turkse rijk, maar wijst het af. Dat betekent dus dat je al je rechten hebt verloren om achter enig kritiek te leveren. Dat houdt dus ook in dat de Britten net zoveel verantwoordelijk zijn voor de dood van onschuldige mensen, aan beide kanten. Net zoals bij de Fransen, Russen en de Amerikanen stonden de imperialistische belangen voorop alles, ook voorop het leven van de mensen.

 

Pagina 111

Dergelijke gevoelens werden ook geuit door Halil Mentese, de voormalige fractievoorzitter van de Unionisten, die schreef dat ‘als wij de oostelijke provincies niet hadden gezuiverd van de Armeense revolutionairen die met de Russen collaboreerden, dan was er geen mogelijkheid geweest om de Turkse staat te vestigen’.

 

Wat is hier verkeerd aan? Wat wordt elders in de wereld gedaan met collaborateurs? Krijgen ze de hand geschud of krijgen ze een beloning voor de collaboratie? Vijandigheid los je toch op door het aan te pakken, of… kom ik nou van een ander planeet?

 

Pagina 114

De gedwongen migratie van Grieken uit het Egeïsche gebied werd tijdens de Tweede Wereldoorlog hervat.

Hoe zit het dan met de gedwongen migratie van de Turken uit heel Balkan? O ja… sorry. Ik ben vergeten dat de Turken ook mensen waren !!

Volgens Akçam zijn alle ondernemingen van de Turken barbaars en moeten allemaal bestempeld worden als genocide. Eenrichtingsverkeer dus. Andersom telt niet mee.

 

Pagina 121

De vraag blijft echter waarom de maatregelen tegen de Armeniërs, in vergelijking met het verdrijven en afslachten van Grieken, een genocidale vorm aannamen. Het is algemeen bekend dat een oorlog een gunstig klimaat voor genocide schept. In de tijd dat de Grieken werden verjaagd, was de oorlog nog niet begonnen en de Ottomaanse regering, die haar relatie met de Europese mogendheden niet wilde beschadigen of verbreken, trad buitengewoon voorzichtig op…

Bij het aanbreken van de oorlog was er van buitenlandse druk geen sprake meer. Onder dergelijke omstandigheden konden de plannen voor de turkificatie van Anatolië snel en zonder belangrijke obstakels doorgang vinden.

 

Anatolië had geen turkificatie nodig, want het bestond al grotendeels uit Turken. De Armeniërs vormden op geen enkele plaats in Anatolië de meerderheid. Dus dit is een uit de duim gezogen bewering.

Aan de andere kant was de Turkse regering sterk gedoemd om een zuivering tot stand te brengen, als zij dat had gewild. Zij hoefde dus niet eens zelf te doen, maar kon het ook overlaten aan de bevolking. Hiervoor hoefde zij niet te wachten op het uitbreken van de oorlog. Maar alle gegevens wijzen erop dat er nooit sprake is geweest van enig wil tot zuivering. Zolang de gegevens en bronnen aantonen wat werkelijk wel en niet is gebeurd mag Akçam nog tien andere boeken schrijven.

 

Pagina 123

De Armeniërs vormden een belangrijk territoriale hinderpaal om dit doel te bereiken.

 

Hier wordt geduid om de wens van de Unionisten om één Turks rijk te stichten samen met de Turken in Türk eli (Centraal Azië). Wat was de kracht van de Armeniërs om deze wens te kunnen belemmeren? Hoe dom kun je nou zijn om zo’n citaat te plaatsen in je boek!!?

 

Pagina 128

Tijdens de oorlog werd een aantal misdaden gepleegd (…) Die vonden om verschillende redenen plaats (…) Ik herinner me alleen dat er in de Balkanoorlog 350.000 moslims werden vermoord (…) Men moet niet vergeten dat voor ons land de wereldoorlog een overlevingsstrijd was, en dat zij die de wreedheden beginnen deels bezield werden door wraakgevoelens.

 

Dit schijnt een passage te zijn van een Unionist.

Als je na deze bewering jezelf nog kan voordoen als ‘historicus’, dan moet er vast iets mis zijn in die bovenkamer van je. Je moet een eigen oordeel en je eigen ‘mening’ vermelden en wij moeten dat als een ‘historisch feit’ beschouwen. Gelukkig hebben wij ook hersenen en kunnen zelfstandig nadenken, waardoor wij onze eigen conclusies kunnen trekken.

 

Pagina 130

Na de oorlog toen hij op Malta gevangen was gezet, schreef Halil Mentese aan Lord Curzon, de Britse minister van Buitenlandse zaken:

‘De Armeniërs imiteerden de Balkanlanden, maar ze letten niet goed op de geografische verschillen. God had twee of drie miljoen Armeniërs te midden van dertig miljoen Turken en Koerden geplaatst (…).

 

Hierboven probeert Akçam twee vliegen in één klap te vangen, maar in feite heeft hij er geen gevangen. Hij probeert hiermee aan te tonen dat H. Mentese (een Unionist) in feite toegeeft dat er een genocide heeft plaatsgevonden. En aan de andere kant probeert Akçam met de woorden van een Unionist te ‘bewijzen’ dat er op zijn minst twee miljoen Armeniërs woonden in het Turkse rijk. De geloofwaardigheid van de bron die hij hiervoor gebruikt, is betwistbaar. Ten eerste, omdat Mentese heel goed wist dat er niet meer dan 1.5 miljoen Armeniërs in het rijk leefden, hij was namelijk een persoon die deel uitmaakte van de regering. Ten tweede is het bekend dat alle gevangenen in Malta zijn vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Mentese zou dus nooit een vorm van schuldgevoel hebben gehad, want hier was geen aanleiding voor. Daarom valt te betwisten dat hij zoiets heeft gezegd.

Trouwens, als er daadwerkelijk bewijzen zouden zijn die aanwezen op enig vorm van genocide, dan zouden de Malta-gevangenen berechtigd worden. Want het proces tegen hen speelt af in een periode dat de imperialisten het voor het zeggen hadden over het Turkse rijk, met uitzondering van de regering binnen Anatolië, waar Atatürk een eigen regering had gevormd. Verder in het boek waagt Akçam een poging te doen om te overtuigen dat de Malta-gevangenen niet konden worden berecht, vanwege de vrees voor het leven van enkele Britse officieren die de regering in Ankara had gevangen genomen. Dit is ook zo’n Akçam onzin, want de Britten hadden zelf geen bewijzen en hadden beroep gedaan op de Amerikanen voor bewijzen. Zo konden ze alsnog de Malta-gevangenen berechten. Maar nadat ook de Amerikanen geen bewijzen konden leveren, hadden de Britten weinig kans. De gevangenneming van Britse officieren, dat een reactie was van Atatürk op de gevangenneming van hen die naar Malta werden gebracht, is dus niet de aanleiding geweest om de Malta-gevangenen vrij te spreken.

 

Pagina 131

Tientallen ooggetuigenverslagen die deze zienswijze bevestigen, zijn te vinden in de rapporten van de Duitse consulaten in Turkije. De Duitse viceconsul in Erzurum, Max Erwin von Scheuber-Richter, schrijft in een rapport van 28 juli 1915 dat de Unionisten

‘openlijk toegeven dat het uiteindelijke doel van de acties tegen de Armeniërs hun volledige vernietiging is. De uitspraak: ‘Na de oorlog is er geen Armeniër meer in

Turkije te vinden’, is woord voor woord van een van de prominente Unionisten afkomstig.

 

Er zijn ook tientallen/honderden ooggetuigen verslagen die heel wat anders luiden. Verder wordt de naam van de Unionist waar het om gaat niet genoemd, wanneer en waar de genoemde uitspraak is gedaan. Opnieuw wordt er dus geknoeid met bronnen.

 

Pagina 137

Het was geen toeval dat de Armeense genocide kort na de ramp in Sarikamis plaatsvond en tegelijk met de strijd van het rijk in Gallipoli.

 

Pagina 140

Tussen mei en augustus 1915 werd de Armeense bevolking uit de oostelijke provincies gedeporteerd en massaal vermoord. Dit werd gevolgd door deportaties uit westelijk Anatolië en Thracië. Begin 1917 was het Armeense probleem volledig opgelost.

 

Turken hebben de Armeniërs massaal vermoord en genocide gepleegd. Makkelijk gezegd en gedaan!!

 

Pagina 155

Plotseling klonk er het geluid van geweerschoten en de Turkse soldaten die als escorte hadden gediend keerden met norse gezichten terug naar het kamp. Zij die de lichamen moesten begraven, troffen bijna altijd helemaal naakt aan, want de Turken hadden gewoonlijk alle kleren gestolen. In sommige gevallen hadden de moordenaars het lijden van hun slachtoffers nog vergroot door hen te dwingen hun eigen graf te graven voordat ze werden doodgeschoten.

 

Dat de Turken barbaren waren wisten we al. Het zijn namelijk plegers van genocide!! Maar dat zij zich nog zo verlaagden door de kleren van hun slachtoffers te stelen wisten we nog niet. Nu is het zelfs bijna onmogelijk om de Turken nog ‘mensen’ te noemen!!

Maar…. dan resteert nog de volgende vraag: ‘in alle massamoordgraven die men tot nu toe geopend heeft, zijn lijken van Turken gevonden. Hoe zit het dan met de lijken van de Armeniërs; waar zijn hun massagraven?

 

Pagina 161

Begin maart 1915 schreef de in Istanbul gevestigde tak van de Dashnakorganisatie, die geregeld berichten uit de provincie ontving, in zijn krant dat ‘de regering van plan is de Armeniërs uit hun woongebieden te verplaatsen’. De hele Armeense natie ‘leefde in angst voor een massaal bloedbad’. Armeniërs kregen te horen dat zij de oorzaak waren van de Turkse nederlaag en dat ze vernietigd zouden worden.

 

Is het geen feit dat gewapende Armeniërs het Turkse leger van achter hebben aangevallen? Wat is vervolgens geloofwaardiger, een bericht van een terreurorganisatie (de Dashnak) of die van de regering? Een terreurorganisatie die streeft om de lokale Turken uit te roeien en een Armeense staat te vestigen, zal alles proberen om zijn doel te bereiken. Propaganda is hier een voorbeeld van. Types zoals Akçam zullen de dag van vandaag berichten van de PKK betrouwbaarder vinden, dan die van de regering.

 

Pagina 171

Eén van de opvallende kenmerken van het Trabzon-proces was dat er een groot aantal moslims als getuigen van de staat optrad, onder wie militaire en civiele functionarissen, zoals kolonel Muhtar, chefstaf van de troepen in Trabzon en Lazistan; luitenant Ahmed; kolonel Arif, de militaire commandant van Giresun; Nazim, voormalig gouverneur-generaal van Erzurum; juridisch inspecteur van Kenan; het hoofd van het rekruteringsbureau in Trabzon; Necmettin, de gepensioneerde kolonel Vasfi, die ook chefstaf in Trabzon was; en de militaire commandant van Trabzon Avni Pasja. Zij bevestigden allemaal de betrokkenheid van de Speciale Organisatie bij de deportaties en de moorden.

 

Als je nu vraagt waar hij dit allemaal vandaan heeft, krijg je waarschijnlijk een antwoord als Tom Zwaan; “er zijn recent twee boeken verschenen die ik gelezen heb en het staat hierin beschreven’. Het is een tactiek van de genocide aanhangers om zoveel mogelijk beschuldigingen aan te voeren. Deze beschuldigingen moeten steeds maar stijgen zodat wij (de Turken) ons gaan bezighouden met de bronnen van de beschuldigingen terwijl zij ‘genocide, genocide’ zullen blijven roepen. Wij moeten een einde maken aan deze tactiek door zelf in de aanval te gaan.

 

Pagina 188

In stedelijke gebieden maakte de stadsomroeper het deportatiebevel bekend of riep men Armeense notabelen bijeen op het gemeentehuis om het nieuws aan te horen. In sommige gevallen werden berichten op muren geplakt; in andere omsingelde de gendarmerie een woonwijk en haalde dan zonder enige aankondiging vooraf de huizen leeg. Gewoonlijk werd de mannelijke bevolking (meestal de anderen die niet voor militaire dienst waren opgeroepen) ’s nachts gearresteerd, buiten de stad gebracht en vermoord. Maar als mannen deel uitmaakten van de konvooien gedeporteerden, dan werden ze kort na het vertrek van de vrouwen en kinderen afgezonderd, en doodgeschoten of afgeslacht. Leslie A. Davis, de Amerikaanse consul in Harput, haalde een Armeniër aan die alles op de een of andere manier had overleefd en verklaarde dat ongeveer achthonderd Armeniërs in de gevangenis van Harput vastzaten, in groepen van veertien naar de rand van de stad waren gebracht, waar ze, in dit geval door gendarmes, werden neergeschoten of door bajonetten gedood.

 

Doden, doden en nog eens doden. Zo te horen konden Turken in die tijd niets beters dan doden. Op school was het zo dat tijdens toetsen of examens er werd gespiekt. En zolang je niet werd gepakt had je dus ook niet gespiekt. Want er viel dan niets te bewijzen. Maar een vaste spieker werd vroeg of laat betrapt en bestraft. Als de Turken zoveel moorden hebben gepleegd, moet dat op de een of andere manier aangetoond moeten worden. Er zijn geen massamoordgraven te vinden en ook de bevolkingsaantallen van vóór de verhuizingen en daarna geven weer dat er geen moordpartijen hebben plaatsgevonden. Natuurlijk zijn er mensen omgekomen, zowel Armeniërs als Turken. Het aantal Turken dat tijdens de moordpartijen van de Armeniërs (deze zijn wel bewezen) zijn omgekomen, zijn drie keer zoveel als het aantal slachtoffers aan Armeense kant. We moeten wel eerlijk blijven en zeggen dat Turken hier en daar wraak hebben genomen op de Armeniërs. Maar tijdens deze wraakacties zijn enkel de mannen gedood. De Armeniërs hierentegen, doodden elk Turk dat zijn tegenkwamen, man of vrouw, jong of oud, maakte voor hen niet uit.

Als we verder moeten geloven dat er zoveel Armeense mannen zijn gedood, dan zou het vrouwenoverschot veel groter moeten zijn dan na een gewone oorlog. Maar dit is absoluut niet het geval en dit is op geen enkele wijze aangetoond.

Voor het uitbreken van de oorlog weten we dat het aantal Armeniërs ongeveer 1.3 miljoen was. De Britse Ambassadeur van Istanbul geeft in 1922 toe dat er op de wereld nog 1.2 miljoen Osmaanse Armeniërs leefde.[9] Bestaat deze groep Armeniërs voornamelijk uit vrouwen? Volgens een onderzoek van Near East Relief Society (een Amerikaanse hulporganisatie) in 1922 leefden er in de wereld in totaal 3.004.000 Armeniërs. Hiervan bestond 1.193.873 (dit komt dus overeen met het aantal dat door de Britse Ambassadeur van Istanbul is vermeld) uit Osmaanse Armeniërs.[10]

 

Pagina 198

De schattingen van het aantal vermoorde mensen schommelt tussen de 600.000 en de 1.5 miljoen.

Er is echter één officieel getal. Op 14 maart 1919 maakte de regering in Istanbul na eigen onderzoek bekend dat er in de oorlog 800.000 Armeense slachtoffers waren gevallen.

 

Als we moeten geloven dat het aantal slachtoffers tussen de 600.000 en de 1.5 miljoen was, dan zou in de provincies bijna de hele bevolking zijn vermoord als we niet boven de 1.3 uitsteken. Want dan zouden er nog ongeveer 200.000 bijgeteld moeten worden, maar die zouden dan nooit bestaan moeten hebben.

Eerst werd gezegd dat het aantal slachtoffers ongeveer 600.000 was, later werd deze 800.000 en uiteindelijk 1.5 miljoen.

Laten we eerst kijken naar wat enkele bronnen van toen vermeldden over het aantal Armeniërs, wonende in het Osmaanse rijk: Osmaanse bronnen van 1914 geven iets minder dan 1.3 miljoen; professor David Magie geeft in 1914 iets minder dan 1.4 miljoen weer; het Armeense patriarchaat, dat toegaf geknoeid te hebben met cijfers, geeft in 1912 1.9 miljoen en de Britse bronnen van 1919 geven het aantal van 1.6 miljoen.[11] Britse annalen van 1917 vermeldden het aantal van iets meer dan 1 miljoen.[12]

 

De relocaties zijn op 9 juni 1915 begonnen en geëindigd op 8 februari 1916.[13] Het totale aantal Armeniërs die gedwongen verplaatst werden, bedraagt 438.758. Het aantal personen dat is aangekomen op de plaats van bestemming is 382.148. Het aantal doden bedraagt dus 56.610. Hiervan zijn tussen de 25 en 30 duizend mensen omgekomen door verschillende ziektes. De rest van de slachtoffers waren het resultaat van verschillende bandieten.[14]

Het totale aantal Armeense slachtoffers tijdens de oorlog is ongeveer 265 duizend. Deze doden zijn tijdens de oorlog gevallen (net zoals ook bij de Turken) en hebben niets te maken met de relocaties. Encyclopedia Britannica berichtte in 1918 dat het aantal Armeense slachtoffers 600 duizend was. In 1968 maakte zij van dit bedrag 1.5 miljoen.

Het aantal Turkse slachtoffers tijdens de oorlog bedroeg ongeveer 2.5 miljoen mensen.[15] Het verschil is dat wij alleen maar rouwen over slachtoffers en niet op gaan naar de daders.

 

Het aantal slachtoffers dat bekend is gemaakt als 800.000 door de Osmaanse regering op 14 maart 1919 valt onder de tijd van bezetting van de imperialisten. Hierover valt dus weinig op te merken.

 

Pagina 203

Ondank de tientallen documenten die over het gebruik van Armeense bezit gaan, bestaat er geen enkel stukje bewijs dat aantoont dat er werkelijk ooit enige compensatie aan een gedeporteerde werd betaald. Dit ontbreken, levert opnieuw een sterk bewijs voor de stelling dat de Ottomaanse regering de bedoeling had genocide te plegen. Er zijn evenmin bewijzen dat er op de plaats van bestemming ooit enig stukje land of wat voor goederen dan ook aan de gedeporteerden is gegeven. Was het, zoals het papier stelde, de bedoeling geweest om de Armeniërs elders te vestigen, dan zou in het archief bewijsmateriaal voor te vinden moeten zijn. Er zijn honderden Ottomaanse documenten gepubliceerd, maar geen enkel documenten bevestigt het officiële Turkse standpunt over compensaties voor Armeense verliezen.

 

Zoals al bekend is, heeft Akçam alvorens het schrijven van dit boek zijn standpunt ingenomen. Dan resteert nog de vraag ‘hoe kan ik het bewijzen?’. Dan probeert hij zo… dan weer zus. Elk vorm van handeling wil hij weergeven als genocide.

De Osmaanse regering heeft zich volledig ingezet voor de verplaatsing van de Armeniërs en heeft hiervoor hoge kosten gemaakt. Het is vitaal van belang om dit te noemen want het Osmaanse Rijk stond op het punt failliet te gaan. Maar toch heeft het in totaal 2.250.000 kurus vrijgemaakt (gegevens over de vergelijking van dit bedrag in verhouding met het staatsinkomen heb ik helaas niet kunnen vinden. Wel staat het vast dat dit een behoorlijk hoog bedrag is.) om de deportatie goed en veilig te laten verlopen.[16] Voor de deportatie is voor 1915 25 miljoen en voor 1916 miljoen kurus vrijgemaakt.[17] Het is dus niet logisch om zoveel geld uit te geven voor de verplaatsing en dan nog te spreken van een genocide.[18]

Volgens de waarneming van het Armeense patriarchaat (nog voor de ondertekening van het verdrag van Sèvres) zijn 644.900 Armeniërs teruggekeerd naar hun huis. Dat de Armeniërs toestemming hadden gekregen van de Osmaanse regering om na afloop van de oorlog naar huis terug te mogen keren en dat de Armeense kinderen in opvanghuizen, onder hoede van rijke families die onder toezicht van missionarisorganisaties waren, werden teruggegeven, toont aan dat de deportatie om veiligheidsredenen was gedaan.[19]

Aan de andere kant zijn er tijdens de oorlog met Rusland 1.5 miljoen moslims naar Anatolië verhuisd. Hiervan heeft alleen 700.000 Anatolië bereikt.[20] En dan hebben we niet eens gehad over het aantal miljoen Turken dat vanuit de Balkan zijn woongebied moest verlaten en naar Anatolië vluchtten.

 

Pagina 215

Hetzelfde geldt voor alle Armeense ‘opstanden’ in Anatolië die in Turkse bronnen worden geciteerd om de deportaties te verdedigen. In feite was het grootste deel van het verzet, zoals dat in Sebinkarahisar op 3 juli 1915 en in Urfa in oktober, een reactie op de deportaties.

 

Laten we eens kijken naar de chronologische volgorde van de Armeense opstanden:

-                     26 juni 1890, de opstand van Erzurum;

-                     15 juli 1890, de demonstratie van Kumkapi

-                     1892-1893, de opstanden van Merzifon, Kayseri en Yozgat

-                     augustus 1894, de 1ste opstand van Sasun

-                     16 september 1895, de opstand van Zeytun

-                     29 september 1895, de opstand van Divrigi

-                     30 september 1895, de opstand van Babiali

-                     2 oktober 1895, de opstand van Trabzon

-                     6 oktober 1895, de opstand van Egin

-                     7 oktober 1895, de opstand van Develi

-                     9 oktober 1895, de opstand van Akhisar

-                     21 oktober 1895, de opstand van Erzincan

-                     25 oktober 1895, de opstand van Gümüshane

-                     26 oktober 1895, de opstand van Bayburt

-                     27 oktober 1895, de opstand van Maras

-                     29 oktober 1895, de opstand van Urfa

-                     30 oktober 1895, de opstand van Erzurum

-                     2 november 1895, de opstand van Diyarbakir

-                     4 november 1895, de opstand van Malatya

-                     9 november 1895, de opstand van Arapkir

-                     15 november 1895. de opstand van Sivas

-                     15 november 1895, de opstand van Merzifon

-                     18 november 1895, de opstand van Maras

-                     22 november 1895, de opstand van Mus

-                     3 december 1895, de opstand van Kayseri en Yozgat

-                     1895-1896, de opstand van Zeytun

-                     2 juni 1896, de 1de opstand van Van

-                     14 augustus 1896, de aanval op de Osmaanse Bank

-                     juli 1897, de 2de opstand van Sasun

-                     24 juli 1905, poging tot moord op Abdülhamit

-                     14 april 1909, de opstand van Adana[21]

-                     11 april 1915. de opstand van Van[22]

-                     15 mei 1915, de opstand van Van, Çatak, Bitlis en Sivas[23]

 

Op 29 december 1914 was het slagveld van Sarikamis begonnen. Tijdens deze periode hebben de Russen de Armeniërs bewapend en hierop hebben de Armeniërs de Turkse eenheden aangevallen. Dit is ook de periode dat gewapende Armeniërs vele onschuldige mensen hebben afgeslacht.[24] De Armeniërs hadden vrijspel omdat de dorpen en steden onbeschermd waren en de mannelijke bevolking als soldaat diende op het slagveld. De achterliggende reden voor het besluit voor de deportaties moeten in deze hoek worden gezocht, zoals typische tientallen voorbeelden net als de genocide op de Azerbaidjaanse Turken in Karabag op 26 februari 1992.

 

Pagina 262

Hij (Ahmet Izzet Pasja) blokkeerde niet alleen het onderzoek naar de Unionisten maar hij vernietigde ook de belastende documenten die tot nader onderzoek zouden kunnen leiden.

 

Sommige bevooroordeelde schrijvers beweren dat de Unionisten de documenten, die hun schuld zouden bewijzen, zouden hebben vernietigd. Echter, in het Osmaanse archief systeem worden de in- en uitgaande documenten vastgelegd. Het is niet mogelijk om datgene wat hier vaststaat te vernietigen.[25]

Het is dus makkelik te beschuldigen, maar op dit gebied valt weinig te bewijzen. De beschuldigingen van Akçam berusten enkel op beweringen. Verder hebben de Britten Istanbul vier jaar lang (1918-1922) bezet. In deze tijd hadden zij toegang tot alle Osmaanse archieven.[26] Bewijzen tot vernietiging van de documenten, of de bewijzen om de Malta-gevangenen te berechtingen waren ter beschikking. Maar omdat de beschuldigingen vals waren, viel er ook weinig te bewijzen.

 

Pagina 289

Damat Ferid Pasja diende op 2 december (1918) een nieuw voorstel bij de Kamer in, waarin hij opriep tot een onmiddellijk onderzoek naar de Armeense genocide.

 

Akçam is al laag van kwaliteit… maar verlaagt zich veel meer door zelfs Damat Ferid als bewijs te gebruiken. Het is een algemeen bekend feit dat Damat Ferid een speelgoed was van de Britten. Hij was ook een van de grootste verrader in de Turkse geschiedenis.

 

Pagina 340

Het enige gevecht dat tijdens de Turkse Onafhankelijkheidoorlog met de geallieerden plaatsvond, was tegen de Franse troepen in de regio’s Antep, Urfa en Maras; daarbij waren Armeense vrijwilligers betrokken die de teruggave eisten van bezittingen die verloren waren gegaan.

 

Akçam is echt om van te walgen. De beschuldigingen die hij aanvoert zijn zo laag van kwaliteit en zo gemeen, dat je er misselijk van wordt. Op het gebied van de Armeense slachtingen van Turken onder Franse uniformen is het voldoende om het werk van Stanford Shaw te lezen.[27]

 

Verder heeft Akçam het over de ‘slachtingen’ tussen 1919-22 op de Armeniërs. Omdat deze leugens in feite niet behoren tot de ‘genocide’ van 1915-16, wil ik hier ook geen tijd aan besteden. Dit geldt ook voor bepaalde uitspraken die Atatürk gemaakt zou hebben, met betrekking tot de erkenning van de ‘genocide’.

Het laatste deel van het boek gaat over het Malta proces. Hier hebben we het al over gehad.



Auteur: Drs. Tonyukuk Erol Ersoy



[1] Aybike Serttas, Türkler ve Ermeniler: bulanik sularin ardinda iki toplum, yüzyillik himayenin meyvesi; zehirli elma..., 27 Nisan 2006

[2] Aybike Serttas, Türkler ve Ermeniler: bulanik sularin ardinda iki toplum, yüzyillik himayenin meyvesi; zehirli elma..., 27 Nisan 2006

[3] Ridvan Tümenoglu, Osmanli devletinde Ermeni Sorunu ve Avrupa Devletlerinin Ermeni politikalari, 18 Nisan 2006

[4] Türkkaya Ataöv, What Happened to the Ottoman Armenians?, New York, 2006, p. 21

[5] Yilmaz Öztuna, Ermeni Sorunun Olustugu Siyasal Ortam, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 61

[6] Nursen Mazici, Uluslararasi Rekabette Ermeni Sorunu’nun Kökeni 1879-1920, p. 70

[7] Yilmaz Öztuna, Ermeni Sorunun Olustugu Siyasal Ortam, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 58

[8] Sedat Laçiner, ABD'de Japon tehciri

[9] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 104-105.

[10] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 67-68.

[11] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 19-24.

[12] Nursen Mazici, Uluslararasi Rekabette Ermeni Sorunu’nun Kökeni 1879-1920, p. 80

[13] Aybike Serttas, Türkler ve Ermeniler: bulanik sularin ardinda iki toplum, yüzyillik himayenin meyvesi; zehirli elma..., 27 Nisan 2006

[14] Yusuf Halaçoglu, Osmanli Devleti Neden Tehcir Uyguladi? Tehcirle Ilgili Gerçekler, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 128

[15] Gündüz Aktan, Devletler Hukuna Göre Ermeni Sorunu, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 269-271.

[16] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 77.

[17] Aybike Serttas, Türkler ve Ermeniler: bulanik sularin ardinda iki toplum, yüzyillik himayenin meyvesi; zehirli elma..., 27 Nisan 2006

[18] Weems, Samuel A., Amenia, Secrets of a ‘Christian’ Terrorist State, The Armenian Great Deception Series – Volume 1, 2002, Dallas, p. 59

[19] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 102.

[20] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 70-73.

[21] Aybike Serttas, Türkler ve Ermeniler: bulanik sularin ardinda iki toplum, yüzyillik himayenin meyvesi; zehirli elma..., 27 Nisan 2006

[22] Ömer Izgi, Türkler ve Ermeniler: Osmanli Deneyimi, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 17

[23] Yusuf Halaçoglu, Sürgünden Soykirima, Ermeni Iddialari, Istanbul 2006, p. 34.

[24] Yilmaz Öztuna, Ermeni Sorunun Olustugu Siyasal Ortam, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 58

[25] Gündüz Aktan, Devletler Hukuna Göre Ermeni Sorunu, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, p. 267.

[26] Weems, Samuel A., Amenia, Secrets of a ‘Christian’ Terrorist State, The Armenian Great Deception Series – Volume 1, 2002, Dallas, p. 269

[27] Zie “Stanford J. Shaw, Ermeni Lejyonu ve Kilikya’daki Ermeni Toplulugunun Tahribati, Osmanli’nin Son Döneminde Ermeniler, Editör Türkkaya Ataöv, Ankara 2002, ISBN 975 7479 88 8”